Liquiditeitsbuffer en risicospreiding: hoe groot moet je buffer als ondernemer zijn?
Een liquiditeitsbuffer is geld dat je apart houdt om je vaste lasten te betalen als er tijdelijk minder inkomsten binnenkomt. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt af van je vaste kosten, je betaaltermijnen en je afhankelijkheid van een paar grote klanten. Hoe beter je die risico's spreidt, hoe kleiner de buffer die je nodig hebt.
Veel ondernemers zetten wel geld opzij, zonder te weten of het bedrag genoeg is. Uit onderzoek van Multiscope blijkt dat 48% van de mkb-ondernemers hooguit drie maanden zonder inkomsten kan. Van de ondervraagde ondernemers heeft 15% helemaal geen vaste buffer opgebouwd. In deze blog reken je uit hoeveel buffer jouw bedrijf nodig heeft en welke risico's je kunt spreiden.
Wil je eerst vooruitkijken naar je geldstromen van de komende maanden? Lees dan onze blog over een liquiditeitsprognose maken.
Wat is een liquiditeitsbuffer en waarvoor gebruik je hem?
Een liquiditeitsbuffer is een reserve aan direct opneembaar geld waarmee je bedrijf tegenvallers opvangt. Je gebruikt de buffer om salarissen, huur, leasetermijnen en leveranciers door te betalen als een klant laat betaalt, een opdracht wegvalt of de omzet in een stille periode terugloopt.
Een liquiditeitsbuffer is iets anders dan het geld voor de btw en de inkomsten- of vennootschapsbelasting, en iets anders dan een spaarpot voor een nieuwe machine. Belastinggeld en investeringsgeld hebben al een bestemming. De buffer spreek je alleen aan bij een onverwacht tekort.
De hoogte van je liquiditeitsbuffer berekenen in vier stappen
De hoogte van een liquiditeitsbuffer bereken je door de kosten die doorlopen bij een omzetdaling te vermenigvuldigen met het aantal maanden dat je wilt overbruggen. Met deze vier stappen maak je die berekening voor je eigen bedrijf.
Stap 1: zet je vaste lasten per maand op een rij
Begin met alle kosten die je elke maand betaalt, ook als er geen omzet binnenkomt. Dat zijn onder meer salarissen inclusief werkgeverslasten, huur, leasecontracten, verzekeringen, rente en aflossingen, abonnementen en je eigen loon of privéopname. Neem het maandgemiddelde over de afgelopen twaalf maanden, zodat jaarlijkse posten ook meetellen.
Stap 2: bepaal hoeveel omzet je kunt verliezen
Schat in welk deel van je omzet in een slecht scenario wegvalt. Kijk daarvoor naar je grootste klant, trage betalers en seizoensdalen. Verdient je bedrijf een derde van de omzet aan één opdrachtgever, dan is het wegvallen van die klant een realistisch scenario om mee te rekenen.
Stap 3: kies hoeveel maanden je wilt overbruggen
Het aantal maanden in je buffer is de tijd die je nodig hebt om nieuwe omzet te vinden of je kosten te verlagen. Een veelgebruikte vuistregel is drie tot zes maanden. Heb je personeel met vaste contracten of een huurcontract dat nog jaren loopt, kies dan voor de bovenkant van die bandbreedte, omdat je die kosten niet snel kunt afbouwen.
Stap 4: trek af wat je snel kunt terugschroeven
Een deel van je vaste lasten kun je binnen enkele weken verlagen. Abonnementen, marketingbudget, inhuur en je eigen privéopname zijn vaak snel aan te passen. Trek die besparing af van je vaste lasten. Het bedrag dat overblijft, vermenigvuldig je met het aantal maanden dat je wilt overbruggen.
Een rekenvoorbeeld: een installatiebedrijf met acht medewerkers heeft € 62.000 aan vaste lasten per maand. Bij het wegvallen van de grootste klant kan het bedrijf binnen een maand € 7.000 besparen op inhuur en marketing. Er blijft € 55.000 per maand over. Het bedrijf wil vier maanden kunnen overbruggen en komt daarmee op een liquiditeitsbuffer van € 220.000.
Welke bedrijven hebben een grotere liquiditeitsbuffer nodig?
Bedrijven met veel vaste kosten, een grote afhankelijkheid van enkele klanten of lange betaaltermijnen hebben een grotere liquiditeitsbuffer nodig. Levert één opdrachtgever een groot deel van je omzet, dan raakt het vertrek of de betalingsachterstand van die klant direct je hele bedrijf.
Debiteurenrisico weegt zwaar in branches waar klanten pas na 60 dagen of later betalen. Jij betaalt leveranciers en personeel in die periode gewoon door. In onze blog met vijf voorbeelden waar cashflow en winst uiteenlopen lees je hoe dat verschil ontstaat.
Seizoensbedrijven, zoals hoveniers en recreatiebedrijven, hebben maanden waarin de omzet structureel lager ligt dan de kosten. Hun liquiditeitsbuffer moet die stille maanden kunnen dragen.
Volgens de KVK spelen ook verzekeringen en ander inkomen mee. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering of het inkomen van een partner verkleint de buffer die een zelfstandige nodig heeft.
Risicospreiding in je bedrijfsvoering: klanten, leveranciers en financiering
Risicospreiding in je bedrijfsvoering betekent dat je de afhankelijkheid van één klant, leverancier of geldverstrekker verkleint. Hoe minder één partij je bedrijf kan raken, hoe kleiner de liquiditeitsbuffer die je nodig hebt.
- Spreiding over klanten begint met inzicht in je omzet per klant. Kijk welk aandeel je drie grootste klanten hebben. Is dat aandeel groot, zoek dan actief klanten in andere branches of regio's. Grote opdrachtgevers kun je daarnaast vragen om een aanbetaling of termijnfacturen, waardoor je minder lang voorfinanciert.
- Debiteurenrisico beperk je met korte betaaltermijnen, direct factureren na levering en een vaste aanmaanprocedure. Controleer bij nieuwe grote klanten vooraf de kredietwaardigheid.
- Spreiding over leveranciers voorkomt dat je stil komt te liggen als één leverancier niet kan leveren. Een tweede leverancier geeft je ook een betere onderhandelingspositie over betaaltermijnen.
- Spreiding in financiering betekent dat je bij een tekort niet alleen op je eigen saldo bent aangewezen. Een rekening-courantkrediet dat je afsluit terwijl het goed gaat, werkt als achtervang naast je buffer. Een krediet aanvragen tijdens een tekort is lastiger, omdat de bank dan naar je zwakkere cijfers kijkt.
Wil je doorrekenen wat het wegvallen van een grote klant met je cijfers doet? Lees dan onze blog over financiële scenario's voor je bedrijf.
Je liquiditeitsbuffer spreiden over banken en rekeningen
Een liquiditeitsbuffer staat het veiligst op een aparte zakelijke spaarrekening, gespreid over meerdere banken (als het bedrag hoger is dan € 100.000). Het depositogarantiestelsel beschermt tegoeden tot € 100.000 per persoon per bank als een bank failliet gaat.
De bescherming van het depositogarantiestelsel verschilt per rechtsvorm, legt Ondernemersplein uit. Bij een eenmanszaak telt het zakelijke saldo op bij je privétegoed bij dezelfde bank, met samen een maximum van € 100.000. Een bv heeft eigen rechtspersoonlijkheid en is daardoor apart van je privérekening beschermd. Een vof of maatschap geldt als aparte rekeninghouder.
Een zakelijke spaarrekening los van je betaalrekening voorkomt dat je de buffer ongemerkt gebruikt voor dagelijkse uitgaven. Een praktische indeling is een betaalrekening, een rekening voor belastinggeld en een spaarrekening voor de buffer, gevuld met een automatische overboeking.
Veelgemaakte fouten bij het opbouwen van een buffer
Een liquiditeitsbuffer beleggen is een veelgemaakte fout. Beleggingen kunnen in waarde dalen op het moment dat je het geld nodig hebt, en verkopen kost tijd. Geld dat je wilt laten renderen, hoort bij je vermogensopbouw.
Een buffer die na groei op het oude niveau blijft staan, is te klein geworden. Met extra personeel, een groter pand of nieuwe leasecontracten stijgen je vaste lasten, terwijl het bedrag op de spaarrekening gelijk blijft.
H2: Je buffer en risico's doorrekenen met Verhelst
Een liquiditeitsbuffer bepalen vraagt actuele cijfers over je vaste lasten, je betaaltermijnen en je omzet per klant. Verhelst verzorgt vanuit Sliedrecht de financiële administratie, salarisverwerking en jaarrekeningen van mkb-bedrijven. Met die cijfers rekenen we samen uit hoe groot jouw buffer moet zijn en waar je risico's kunt spreiden, bijvoorbeeld in je klantenbestand of je betaalafspraken. Hoe die samenwerking verloopt, lees je op de pagina over onze werkwijze.
Een liquiditeitsbuffer bekijk je minimaal een keer per jaar opnieuw, bijvoorbeeld bij de jaarafsluiting. Tussendoor reken je de buffer opnieuw uit bij elke grote verandering in je vaste lasten, je financiering of je klantenbestand.
Een snelle controle van je buffer kan elk kwartaal: deel het bufferbedrag door je huidige vaste lasten per maand. Dekt de buffer minder maanden dan je had gekozen, vul hem dan maandelijks aan tot het doel weer bereikt is.
Wil je weten hoe jouw buffer zich verhoudt tot de risico's in je bedrijf? Maak een afspraak met Verhelst, dan rekenen we het samen door.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een liquiditeitsbuffer en een liquiditeitsprognose?
Een liquiditeitsbuffer is geld dat je apart houdt voor tegenvallers. Een liquiditeitsprognose is een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven in de komende maanden. Met de prognose zie je of je buffer groot genoeg is.
Telt een rekening-courantkrediet mee als liquiditeitsbuffer?
Een rekening-courantkrediet is geen buffer, omdat het geleend geld is waarover je rente betaalt en dat de bank kan verlagen of opzeggen. Het krediet werkt wel als extra achtervang naast je eigen reserve.
Hoe bouw ik een buffer op als mijn cashflow krap is?
Een buffer bij krappe cashflow bouw je op met een klein vast percentage van elke ontvangen betaling, dat je verhoogt zodra er ruimte ontstaat. Sneller factureren en kortere betaaltermijnen maken vaak het eerste geld vrij.
Vul ik mijn buffer weer aan nadat ik hem heb gebruikt?
Een liquiditeitsbuffer die je hebt aangesproken, vul je weer aan voordat je nieuwe investeringen doet. Een vast maandbedrag tot het oude niveau weer bereikt is, werkt daarvoor het eenvoudigst.
Heeft een zzp'er dezelfde buffer nodig als een bedrijf met personeel?
Een zzp'er heeft meestal lagere vaste lasten en kan kosten sneller terugschroeven. Een bedrijf met personeel betaalt salarissen door en heeft daardoor een grotere buffer nodig. Voor een zzp'er tellen privélasten en verzekeringen zwaarder mee.
Waar laat ik geld dat boven mijn liquiditeitsbuffer uitkomt?
Geld boven je liquiditeitsbuffer kun je investeren in je bedrijf, gebruiken om schulden af te lossen of opbouwen als vermogen. Bij een bv bepaalt je fiscale situatie of opbouw in de bv of privé gunstiger is.